KADELINK

Voor studie- en loopbaanadvies:

Hoe een KernTalentenanalyse je kan helpen bij het maken van een studiekeuze

Ze hoorde dat ze haar 3de jaar in het secundair onderwijs moest overdoen. Dat was echt een harde klap om te verwerken. Tot nu toe was haar leven niet simpel met de diagnose ADHD, een beelddenkend brein, een moeder die nooit in beeld was en een oudere broer met drugproblemen die alle aandacht naar zich toe trekt.

Leren op de manier waarop ons huidige secundaire onderwijs dat voorschrijft, is gewoon niet aan haar besteed. Op school zagen ze vooral een meid die zich afzet tegen alle autoriteit, die de boel op stelten zet in de klas en niet meewerkt (taken niet afgegeven of te laat afgeven, niets invullen op de examens, niet meewerken aan remediëringstaken, enz.). Het advies van de klassenraad was dan ook duidelijk: een B-attest met uitsluiting ASO en TSO. Dat wil zeggen: “Wij denken dat jouw niveau BSO is en je mag naar het 4de jaar in het BSO.” Anders hadden ze namelijk een C-attest gegeven.

Muurvast zat ze, deze sportieve meid die excelleert in sport. De persoonlijkheid die ze echt is, hebben leerkrachten nooit gezien. Na een KernTalentenanalyse bleek dat ze:

  • veel actie- en bewegingsruimte nodig had (2u sport per week in de ASO-richting is veel te weinig);
  • veel moeite had met autoritaire leerkrachten (er liepen er wel een paar rond in de strenge jezuïetencultuur op school);
  • een echte teamplayer is (maar geen aansluiting vond bij de andere leerlingen wegens erg introvert);
  • een brede interesse heeft (alleen doet ze als beelddenker haar kennis niet op vanuit boeken, maar vanuit series, documentaires, You Tube-filmpjes,…);
  • niet echt sterk scoorde op het KernTalent ‘nuttige creativiteit’ (een KernTalent dat je best sterk hebt als je bepaalde ambachten leert);
  • geboren ondernemer is en dus heel veel vrijheid nodig heeft (iets wat ze te weinig kreeg);

Totaal niet wetend wat ze zou doen het komende schooljaar, kwam ze bij mij langs voor een KernTalentenanalyse, in de hoop dat die haar vooruit hielp. Voor mij als analist klopte het BSO-niveau niet (dat kon ik uit diverse dingen afleiden). Ik vermoed zelfs een hoog IQ, maar goed… de gegevens van een IQ-test was er niet. Bovendien: als je naar de richtingen op BSO-niveau kijkt, dan kom je vaak uit bij ‘hands on’ beroepen / ambachten of bij zorgende beroepen,… dingen waar deze dame weinig talent voor had. Dus: wat nu?

We waren over twee dingen heel erg zeker:

  1. Zoveel theorie leren op de manier waarop je dat in het huidige onderwijs in een ASO-richting hoort te doen, had weinig kans op slagen, zelfs niet met de nodige hulp (die ze overigens steeds weigerde).
  2. Alles in het leven van deze leerling stond in het teken van sport.

“Hoe zou het zijn om veel meer sport te hebben op school en veel minder theorie?” vroeg ik haar. “Dat klinkt wel fijn, maar wat kan ik dan met TSO sport doen na het zesde jaar?

Hierna begon ik met haar een aantal mogelijke beroepen en studierichtingen te overlopen. Dat luchtte enorm op: weten dat er wel degelijk iets bij je KernTalentenprofiel past in de verre toekomst. Hierbij combineerde ik het KernTalentenprofiel, de interesses, de (toekomstige) vaardigheden en de manier van leren (via beelden, via doen) met elkaar.

Het plaatje klopte voor haar en vol goede moed begon ze vorig schooljaar aan de richting TSO sport. We zijn nu een jaar verder en deze leerling is moeiteloos en met glans geslaagd. Ondertussen bruist ze van energie en blinkt ze na de schooluren uit in het voetbalteam.

Ilse Hendrickx
14 juli 2020

KernTalenten en economie
vorig bericht
Wat de toekomst brengt
volgend bericht