KADELINK

Voor studie- en loopbaanadvies + human design:

De weg naar een eigen lifestyle

Hij en ik hebben eenzelfde doel, nl. andere mensen een hart onder de riem steken, hen in hun kracht zetten en zeggen: “Kijk eens hoe sterk en mooi jij bent!” Omdat hij een ongelooflijke kanjer van een vent is en zo’n mooie en pure persoonlijkheid heeft, vroeg ik hem of hij iets kwijt wou over het thema ‘pesten’ (pesten neem ik ruim als thema, want ook buitensluiten, negeren, schelden, slaan, shoppen en zoveel meer hoort ook bij pesten). Ik wilde al lang iets over deze topic schrijven, maar kreeg nooit de juiste woorden op papier. Pesten raakt je tot in het diepste van je kern en richt daar een enorme schade aan en dat heeft een impact op de ontwikkeling van talenten en vaardigheden.

Jens, hartelijk dank voor deze ongelooflijk oprechte getuigenis waar zoveel in zit. Ik hoop van harte dat jouw woorden steunend zijn voor anderen en dat het er in de wereld een pak liever aan toe gaat, dan dat nu het geval is. Dat kan in mijn ogen enkel en alleen maar als we op een respectvolle manier blijven communiceren met elkaar.

Ilse Hendrickx
11 november 2021

 

Jens: “Als ik moet terugdenken aan de periode waarin ik gepest en buitengesloten werd, moet ik echt wel een serieuze tijd terug gaan. Ik heb zelfs nog vage herinneringen van in de kleuterschool. Ik zocht naar mieren in de zandbak, omdat ik wist dat ik toch niet mee zou kunnen spelen. Niet per se omdat ik niet wou meedoen, maar gewoon puur vanwege hoe kinderen tegen me deden. Ik heb mezelf al snel moeten aanleren dat ik er soms veel beter alleen voorsta, dan met andere mensen. 

In het 1ste leerjaar begon het buitensluiten pas echt. Niemand had het door, behalve ik natuurlijk. Ik werd altijd vergeten. Of niet per se vergeten, maar gewoon puur genegeerd. Kinderen kunnen soms hard zijn. Ik koos er vaak voor om mezelf af te zonderen, want als ik mee deed, ging het toch niet goed. Het is bijvoorbeeld heel vaak gebeurd dat ik als laatste gekozen werd met turnen. Op zich was dat niet zo erg, ik was ook niet zo sportief. Ik voelde mezelf niet goed en bewoog niet veel. Ik vond het dus niet erg dat ik als laatste gekozen werd. Het erge was dat ik als object bekeken werd. Als ik als laatste gekozen werd, zei de leider van een bepaalde ploeg: “Pakken jullie Jens maar, wij hebben die niet nodig.” Of als je met twee moest samenwerken, rekende iedereen uit met wie ze samen zouden sporten, maar ik werd niet gekozen. Als ik wel eens met iemand moest samenwerken, dan zeiden ze: “Nee, ik werk niet met hem samen!” Alsof het nog niet erg genoeg was dat ik al niet gekozen werd. 

Als ik terugdenk aan mijn verleden op de lagere school, dan denk ik 90% van de tijd aan slechte tijden. Altijd de nodige afleiding zoeken om te ontsnappen aan het echte leven en ontsnappen aan de mensen die ik kende. Zoals je misschien al kan verwachten, zat mijn zelfbeeld onder de grond. Ik werd vaak overprikkeld dankzij het buitensluiten en soms ook door het pesten. Daardoor kwam ik soms dagen aan een stuk verdrietig thuis, en bleef ik wachten tot ik ergens in mijn kamer kon wenen. Maar nooit in het zicht van mijn ouders, want ik vond de opvoeding van mijn vader en moeder goed. Ze behandelden me goed, soms streng, maar steeds rechtvaardig. Ik bekeek mezelf dus als een soort foutje, want aan mijn ouders lag het niet. De kinderen van school zeiden dat ik raar was en staken dat natuurlijk ook op mij. De leerkrachten deden -op een paar na- nooit echt moeite om me te helpen. Dus als het aan niemand ligt, aan wie zou het dan liggen? Op die manier steek je de schuld snel op jezelf natuurlijk. 

Er zijn verschillende dingen gebeurd die me braken, maar hetgeen me van mezelf afscheurde was dat ik alles op mezelf stak. Ik was dankzij overprikkeling altijd snel bang of niet goed in praten. Het ging gewoonweg niet bij mij. Als je van veel bang bent, niet snel durft praten en nog altijd apart staat, dan leert niemand je kennen en noemen ze je raar. Maar raar is altijd grappig hè! Dat heb ik wel onthouden. Niet omdat ze mijn vrienden wouden zijn, maar puur om me uit te lachen of om me te gebruiken voor iets wat zij wilden. “Jens, ga jij de bal eens halen? Jens, kan jij dat eens tekenen voor mij?” Het was altijd zoiets. Of de andere kant: het uitlachen. Door overprikkeling durfde ik niet veel. Ik was de eerste jaren bang van de wc’s. Ik ging enkel naar de toiletten die afgescheiden waren van de andere. Daar voelde ik me gerust, maar natuurlijk kwam daar het uitlachen weer. Want ik durfde dingen niet. Maar dat kan ik ergens nog verstaan. Als iemand echt altijd anders doet, dan lachen mensen die persoon vaak uit. Want de grote groep bepaalt wat grappig is en wat niet. Nooit iemand apart. Bij de toiletten van de lagere school was er maar één enkel apart wc-hokje. Ik ging daar dus geregeld. De ene keer sloten ze me op door het slot zo te draaien dat ik er niet meer uitkon. De andere keer, wanneer ik het slot niet vast durfde te draaien, sleurde ze de deur open om me uit te lachen. Het is ook één keer gebeurd dat ze de deur met opzet open deden om me uit te lachen. Maar de pauze was net gedaan en dus stonden daar toen alle kinderen van het 1ste tot het 6de leerjaar gewoon mee te lachen. Denk je dat er überhaupt iets grappig was? Nee hoor, gewoon hier weer: de grote groep lacht, dus lachen we allemaal mee. Dat dit schade heeft voor de andere, maakt niemand iets uit, enkel dat we dan kunnen lachen. 

Als ik dit verhaal vertel, zeggen mensen soms dat kinderen hard kunnen zijn. Ergens ben ik het eens met ze, maar anderzijds: mensen worden alleen maar groffer. Je leert er gewoon beter mee overweg komen. Ik kan nog talloze verhaaltjes vertellen over buitensluiten en pesten. Er is ooit ook geslagen geweest om me lager te kunnen zetten dan hen (in hun hoofd). Maar die verhalen hou ik soms liever voor mezelf. Die tijd is voorbij. Die verhalen laat ik zelf liever gewoon achter. Dat is voorbij. Als je mijn leven gaat bekijken van in de lagere school (1ste tot 5de leerjaar), dan zie je bijna niets anders dan dit soort verhalen. Er zijn er een paar die me het meest bijblijven, maar eigenlijk als ik er over bezig ben, komen ze allemaal te boven in mijn hoofd. 

Uiteindelijk toen ik in het 5de leerjaar zat en na alle tijd van zo te leven (gepest, uitgelachen en buitengesloten te worden), hebben mijn ouders beslist om me na een zware periode en een heel gebeuren met de leerkracht, toch naar een andere school te sturen. In de periode voor dat ik wegging, heeft de meester soms bordvegers naar mijn hoofd gegooid of dingen naar me geroepen. Het ergste dat de meester deed, vond ik dit. Mijn moeder ging naar het bestuur om te zeggen wat er voor de zoveelste keer weer was gebeurd. De dag erna kwam de meester naar mij en zei me dit: “Als uw moeder nog één keer komt zagen, zult gij het weten!” Ik was heel gelukkig toen ik de beslissing te horen kreeg dat ik naar een andere school mocht. Deze school heeft me zoveel deugd gedaan. Het was fijn om daar in het 5de en het 6de leerjaar terecht te komen. Voor het eerst in mijn leven voelde ik me gewaardeerd door anderen. Mensen konden eindelijk inzien wat ik goed kon. Ik moest soms zelfs wenen omdat ik niet wist dat ik dingen kon. Die school heeft me voor een deel leren doorzetten denk ik. Hiervan komt mijn 56 in mijn Insta-naam: jensv56 : 5 jaar slecht en in het 6de jaar kom je te weten wie je écht bent. Je bent voorbij alle zever die je tegenkwam. Voorbij alle moeilijke dingen en je kan eindelijk een beetje genieten van wat je doet. Het is voorbij, een nieuwe start. 

Terug naar de mensen die me pestten. Deze keer was ik het ook echt beu. Hetzelfde verhaal deed de ronde, maar deze keer melde ik het elke keer. Ik probeerde van me af te bijten, maar het deed ook veel pijn. De schoolbegeleiding deed zijn best, maar het hielp niet altijd even goed. Op den duur sloot ik mezelf af van andere mensen. Puur omdat ik ‘done’ was met alles. Ik had al vaak slechte gedachten gehad over mijn zelfbeeld, maar nu was de eerste echte lange periode dat nadacht over het einde. Een 12 à 13 jarige jongen die elke dag denkt aan het einde, die elk ding beu is aan zijn leven en gewoon terug wilt naar het 6de leerjaar. Het zag er een periode zo ‘fkd up’ uit. Na 2 jaar van overleven wat ik aankon, ging ik naar een andere school om mijn richting TSO Dierenwetenschappen te volgen. Hierin begon ik eindelijk echt wat meer vrienden te krijgen. Ik voelde me niet gelukkig hoor. Want de littekens van de vorige jaren waren nog niet geheeld. Soms zag ik het goede niet. Ik was vaak negatief, maar niet altijd. ‘Niet altijd’ is beter dan ‘altijd’.

Uiteindelijk heb ik bij de overgang van het 3de op het 4de middelbaar beslist om naar het BSO over te stappen. Ik moest mezelf genezen. De stress van school en de littekens van vroeger werden in combinatie teveel. Dit was de slechtste en de beste beslissing die ik ooit kon maken. Ik zit nu voor het 3de jaar in het BSO. Ik ben nu bijna 17 jaar en voel me veel beter in mijn vel. Dankzij BSO kreeg ik de nodige tijd om uit te blinken en tegelijkertijd mezelf te helen en beter te leren kennen. Niet dat ik nu in de ideale richting zit, maar het was wel de beslissing die maakt wie ik nu ben. Daar ben ik trots op. 

Ik ben nu heel veel bezig met het motiveren en helpen van anderen (bijv. door mijn Instagrampagina), maar nog belangrijker,… ook met het uitzoeken van mijn eigen toekomst. Ik ben nu voornamelijk bezig met het zoeken van de ideale mindset om het te maken in de toekomst. In combinatie met een plan zoeken om het daadwerkelijk groots waar te maken. Ik wil nu zo een groot succes hebben in mijn leven, dat ik nu echt iets heb van: “Nu ben ik echt de trotse versie van mezelf, de versie waar mensen naar kunnen opkijken, de versie die van een soort ‘hell’ terugkomt om de beste versie van zichzelf te kunnen tonen aan de buitenwereld. Mijn hoofd-‘goal’ in het leven is het maken van een lifestyle van Jens. Ik wil dat mijn leven en hoe ik in het leven sta een lifestyle wordt waar mensen naar kunnen opkijken. Ik wil duidelijk maken dat je na zoveel miserie nog steeds mensen kunt helpen, dat je na zoveel tegenslagen toch de top kan en wil bereiken. Ik ben niet van plan mijn hoofd veel te laten rusten tot ik dat helemaal heb kunnen neerzetten. Ik weet nu hoeveel ik aankan en ik wil nu de ‘goal’ waarmaken. De manier waarop ik leef en de manier waarop Jens alles uit het leven wil halen, moet een lifestyle worden. 

Bedankt voor het tot hier komen in de tekst. Nog een fijne dag. 

P.S. Alles waar ik vroeger van droomde, is werkelijkheid geworden: het als 1ste gekozen worden tijdens het turnen, het populairder worden, het aspect van vrienden hebben, zelfs echt beste vrienden die je écht steunen. Al die dingen waar ik nooit van had durven dromen, zijn nu echt!”

Studentenjob bij een begrafenisondernemer
vorig bericht
Wanneer laat je de pitbull in jou los?
volgend bericht